Rob zei ja tegen het koekje en nee tegen zichzelf.
De scanner die altijd aanstond
Rob keek altijd eerst naar de ander. Als iemand iets nodig had, stond zijn scanner meteen aan. Hoe kan ik helpen? Wat heeft die ander nodig? Hoe maak ik het makkelijker? Dat had hij als jongen al geleerd. Als de ander blij is, dan ben ik dat ook. Jarenlang dacht hij dat dit gewoon was wie hij was.
Tot hij ontdekte dat hij zichzelf een vraag bijna nooit stelde. Wat heb ik eigenlijk nodig?

Wat er veranderde in de kleine dingen
Vanaf dat moment veranderden de kleine dingen. Datzelfde koekje werd makkelijker afgeslagen. Een afspraak werd niet ingepland, omdat hij daar geen ruimte voor had. Een verzoek werd vriendelijk afgewezen, zonder er een seconde langer bij stil te staan. Niet omdat hij minder om anderen gaf. Maar omdat hij zichzelf eindelijk ook mee begon te tellen.
Het verschil zit niet in wat je zegt, maar waarom
Zijn dochter woont in Zwitserland. Vraagt ze of ze een weekje langskomt met de kleine, dan is het antwoord meteen ja. Vroeger was dat ja er ook geweest, zonder erbij na te denken. Nu weet hij het verschil. Het zit niet in wat hij zegt. Het zit in waarom hij het zegt. Hij zegt ja omdat hij er oprecht blij van wordt. En dat voelt anders. Dat voelt goed.
Meer ruimte voor jezelf maakt je echter, niet minder lief
Ik zie dat vaker. Mensen die van nature veel geven, ontdekken op een gegeven moment dat er ook ruimte mag zijn voor henzelf. En zodra ze die ruimte nemen, worden ze niet minder lief voor anderen. Ze worden juist echter.
Herken jij dat je automatisch eerst bij de ander incheckt, voordat je jezelf afvraagt wat jij eigenlijk nodig hebt?



