De vraag die je stelt als het stil wordt
Ik liep zoals je wellicht voorbij hebt zien komen vorige week de 4-daagse. Geen dag getraind vooraf (doe ik elk jaar🙈).
De eerste kilometers gingen vanzelf. Dat kennen we allemaal. Maar dan komen de dijken. De lange rechte stukken. Geen mensen langs de kant. Geen muziek. Alleen jij en je eigen benen die zeggen dat het genoeg is geweest.
Op dag 4, net voor de brug bij Cuijk, dacht ik: waarom doe ik dit mezelf aan.
Het moment dat alles bepaalt
Ik weet nog precies wat er door mijn hoofd ging. Hoelang nog. Waar doe ik dit ook alweer voor. Ik ga door, maar het is nu echt niet leuk.
Als je op zo’n stil stuk stopt, voel je daarna alleen de teleurstelling. Dat wist ik.
Dus stelde ik een andere vraag. Niet: waarom doe ik dit. Maar: als ik doorga, wat is er dan.
Niet de pijn verdween. Iets anders veranderde.
De pijn ging niet weg. Mijn benen bleven protesteren.
Maar ik hield iets anders vast dan het ongemak. Ik keek voorbij het stille stuk.
Vanaf Cuijk kantelde het. Muziek, mensen, feest. Ik liep de finish over samen met een groep militairen. Op dat moment was de pijn weg. Alleen overwinning. Alleen trots.
Wat ik hier elke keer weer in herken
Ik zie dit precies zo terug bij mensen die ik begeleid.
Er komt bijna altijd een moment waarop het ongemakkelijk wordt. Waarop iemand het liefst stopt met kijken. Niet omdat het te zwaar is, maar omdat de vraag die ze stellen verkeerd is.
Waarom lukt het me niet. Waarom heb ik altijd zo weinig energie. Waarom ben ik zoveel kwijt.
Het verschil zit niet in of dat moment komt. Het zit in waar je op dat moment naar kijkt. Naar het ongemak zelf, of naar wat erachter ligt.
De finish halen begint niet bij de laatste kilometer.
Het begint bij die ene dijk waarop je een andere vraag durft te stellen.
Waar loop jij op dit moment overheen, omdat je op het stille stuk wellicht de verkeerde vraag stelt?



