Niet lullen, maar poetsen: is altijd doorgaan wel zo sterk?
“Niet lullen, maar poetsen.” Je kent de uitspraak vast. Niet klagen, niet zeuren, niet opgeven, maar gewoon doorgaan. Jarenlang was dat ook mijn levensmotto. Inmiddels ben ik daar anders naar gaan kijken, en dat verhaal wil ik graag met je delen.
Een motto uit noodzaak
Mijn moeder komt uit een generatie waarin “niet lullen, maar poetsen” een heel belangrijk levensmotto was. Niet klagen, niet zeuren, niet opgeven en vooral gewoon doorgaan. Eerlijk gezegd herken ik daar ook ontzettend veel van mezelf in.

Mijn opa en oma hebben de oorlog meegemaakt. Hard werken was voor hen geen keuze, en al helemaal geen manier om nog wat extra geld te verdienen. Het was bittere noodzaak.
Mijn opa begon in 1929 zijn eigen schildersbedrijf. Daarvoor leende hij 800 gulden. Om dat even in perspectief te zetten: de twee-onder-een-kapwoning die hij zelf bouwde, kostte in die tijd ongeveer 3.000 gulden. Met 800 gulden op zak begon hij dus aan iets dat, naar de maatstaven van nu, behoorlijk onzeker was.
“Niet lullen, maar poetsen” was in dat huis dan ook geen stoere uitspraak. Het was hoe je moest leven. Je werkte hard, je nam je verantwoordelijkheid en je ging door, ook als het tegenzat.
De kracht van doorzetten
Laat ik eerlijk zijn: in die instelling zit ontzettend veel kracht. Doorzetten, verantwoordelijkheid nemen, je handen uit de mouwen steken en niet bij het eerste probleem opgeven, het zijn eigenschappen waar ik nog steeds veel waarde aan hecht. Ze hebben mijn opa geholpen een bedrijf op te bouwen vanuit vrijwel niets, en ze zitten ook in mij.
Maar er is een verschil tussen doorzetten als kracht en doorgaan als enige stand die je kent. En dat verschil onderschatte ik lang.
Wanneer doorgaan tegen je gaat werken
Wat toen nodig was om vooruit te komen, is niet altijd meer nodig om een goed leven te hebben. Dat klinkt misschien logisch, maar het voelt niet zo als het motto al generaties in je systeem zit.
Want wat gebeurt er als je die knop nooit meer uitzet? Als doorgaan je standaard wordt en je eigenlijk niet meer weet wanneer het genoeg is? Dan kan iets wat ooit ontzettend waardevol was, ineens tegen je gaan werken. Je blijft poetsen, ook als er allang niets meer te poetsen valt.
Ik merk dat ook bij mezelf. Ik kan ontzettend goed doorgaan. Alleen heb ik inmiddels geleerd dat ik mezelf soms ook de vraag moet stellen: Ron, waar ben jij eigenlijk zo hard voor aan het werken?
Sterk zijn versus altijd sterk moeten zijn
Sterk zijn is mooi. Maar altijd sterk moeten zijn, kost ontzettend veel energie. Het is een subtiel verschil, maar het maakt alles uit. Sterk zijn is een keuze die je maakt wanneer het nodig is. Altijd sterk moeten zijn is een verplichting die je jezelf oplegt, vaak zonder dat je het doorhebt, omdat het je met de paplepel is ingegoten.
Bij mijn opa was die verplichting overduidelijk: geen bedrijf, geen inkomen, geen huis. Bij mij, en misschien ook bij jou, is die noodzaak er allang niet meer op dezelfde manier. Toch blijft het patroon vaak intact. We stoppen niet omdat we niet meer moeten, maar omdat het nooit is aangeleerd om wél te stoppen.
Voor wie ben je eigenlijk zo hard aan het werken?
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag die ik mezelf de afgelopen tijd heb gesteld, en die ik ook aan jou wil doorgeven. Niet om je doorzettingsvermogen weg te halen, want dat is en blijft een van je grootste krachten. Maar wel om er af en toe bewust naar te kijken.
Voor wie ben je eigenlijk zo hard aan het werken? Voor je bedrijf, je gezin, een gevoel van zekerheid, of misschien vooral omdat stoppen nooit een optie leek?
Misschien is dat iets waar we allemaal wat vaker bij stil mogen staan. Niet lullen, maar poetsen heeft mijn familie ver gebracht. Maar af en toe even stilstaan bij waaróm je poetst, maakt dat je het op de lange termijn kunt volhouden zonder dat het je opbreekt.
Herken je dit? Ik ben benieuwd hoe jij omgaat met de balans tussen doorzetten en op tijd rust nemen. Laat het me gerust weten.



